Sluit het ene eind van de meegeleverde telefoonkabel
aan op de wandcontactdoos van uw ADSL-
aansluiting.
Sluit het andere eind van de telefoonkabel aan op de
DSL-poort aan de achterkant van de gateway.
Sluit het andere eind van de Ethernet-kabel aan op
een van de Ethernet-poorten aan de achterkant van
de gateway.
Als u meer dan vier computers op de gateway
aansluit, dient u tevens een switch op de gateway aan
te sluiten.
Sluit de netstroomadapter aan op de
voedingsaansluiting van de gateway en een
stopcontact.
Schakel de gateway in
Zet de computer aan die u wilt gebruiken om de
gateway te configureren.
Configureer de gateway
Setup (Instellingen) > Basic Setup (Basisinstellingen)
Wireless (WLAN) - Basic Wireless Settings
(Standaardinstellingen WLAN)
Wireless > Wireless Security (WLAN-beveiliging)
