Wanneer bijvoorbeeld een getal wordt ingevoerd door een gebruiker, moet dit getal bewaard worden in het geheugen van de pc. Aangezien de inhoud van deze geheugenlokatie kan wijzigen in de loop van het programma, spreekt men van een variabele.
Vooreerst moet iedere variabele een naam krijgen. Bij de naamgeving van een variabele moet je met de volgende regels rekening houden:
- Volgende tekens mogen gebruikt worden: hoofd- en kleine letters, de cijfers 0 tot en met 9 en de underscore (_).
- Spaties, komma’s, punten en anderes speciale tekens (?, !, …) zijn verboden binnen een variabelenaam.
- Iedere variabelenaam moet beginnen met een letter.
- De variabelenaam mag niet langer zijn dan 255 tekens.
- De variabelenaam moet uniek zijn binnen het bereik waar hij gedefinieerd wordt.
- De naam van een variabele mag niet gelijk zijn aan een gereserveerd woord, zoals WScript.
Daarnaast moet je bepalen over welk soort variabele het gaat. Er bestaan verschillende soorten variabelen binnen VBScript. Je hebt enerzijds getallen waarmee gerekend kan worden, anderzijds heb je tekenreeksen waarmee een tekst kan aangeduid worden, …. VBScript maakt gebruik van één soort variabele, nl. het variant type. Een variant kan zowel getallen, tekenreeksen, data, … bevatten. VBScript detecteert zelf over welk type het gaat.
Add A Comment
You must be logged in to post a comment.
