eEcho blog

is een halte van de gedachte

Windows Scripting Objecten

WScript

  1. WshArguments
    • WshNamed
    • WshUnnamed
  2. WshController
    • WshRemote
      • WshRemoteError
  3. WshNetwork
  4. WshShell
    • WshShortCut
    • WshUrlShortCut
    • WshEnvironment
    • WshSpecialFolders
    • WshScriptExec

Belangrijke methoden:

  1. Echo: wordt gebruikt om tekst af te beelden in een boodschappenvenster.
  2. Quit: wordt gebruikt om een script vroegtijdig te verlaten. Dit is bijvoorbeeld handig wanneer aan een bepaalde voorwaarde niet is voldaan.
  3. CreateObject: om een object aan te maken.
  4. Sleep: vertragen van een programma (zie later).

Enkele belangrijke eigenschappen:

  1. FullName: dit is het pad naar de uitvoerbare host (CScript.exe of WScript.exe).
  2. Name: naam van de host.
  3. Path: dit is de map waar de uitvoerbare host zich bevindt.
  4. ScriptFullName: het volledig pad van het Script dat momenteel wordt uitgevoerd.
  5. ScriptName: de naam van het Script dat momenteel wordt uitgevoerd.
  6. Version: de versie (string) van WSH.

Environment variabelen

WINDOWS NT/2000/XP

  1. System
    • NUMBER_OF_PROCESSORS
    • PROCESSOR_ARCHITECTURE
    • PROCESSOR_IDENTIFIER
    • PROCESSOR_LEVEL
    • PROCESSOR_REVISION
    • OS
    • COMSPEC
    • PATH
    • PATHEX
    • WINDIR
  2. User
    • PATH
    • TEMP
    • TMP
  3. Process
    • Zelfde variabelen van System
    • HOMEDRIVE
    • HOMEPATH
    • PROMPT
    • SYSTEMDRIVE
    • TEMP
    • TMP

Voorbeeld
set WshShell=CreateObject(”WScript.Shell”)
set objEnv=WshShell.Environment(”Process”)
tekst = “”
tekst = tekst & “Systeem station: ” & objEnv(”SYSTEMDRIVE”) & vbCrLf

of

WshShell.ExpandEnvironmentStrings(”%SYSTEMDRIVE%”)

    Add A Comment

    You must be logged in to post a comment.

Home | info@eecho.info | Voorwaarden | Blog